|
Roussillon
Dit is een streek met alweer een eeuwenoude wijnbouwtraditie, vooral veel versterkte wijnen, maar waarvan sommigen niet weten dat ze hier vandaan komen.
De streek van Roussillon wordt meestal bij de Languedoc gerekend, wat ook logisch is gezien het er vlak tegenaan ligt, dezelfde druiven worden aangeplant en qua bodem niet veel verschil is, maar de streek is iets zuidelijker gelegen en dus worden er meer versterkte wijnen gemaakt.
Het zijn hier alweer de Grieken die begonnen zijn met de aanplant van druivenstokken, al in de 6e eeuw v.C. Het waren dan vooral de versterkte wijnen die domineerden wat we nu ook nog wel deels kunnen zien.
Rousillon heeft voor een lange tijd onder Spaans bewind gestaan en er zijn vele strijden geleverd om het terug te winnen, en dat is uiteindelijk ook gelukt.
In 1642 was de streek definitief in het bezit van Frankrijk. Maar die 4 eeuwen van Spaans bewind hebben hun stempel gezet op het gebied en de bevolking.
Er wordt nog steeds Catalaans gepraat en vele Spaanse tradities zijn destijds overgenomen. Sinds de Tempeliers aan de macht zijn gekomen rond de 12e eeuw ging het er vrijwel alleen maar op vooruit, mits zoals overal wel een paar zwarte periodes.
In 3 eeuwen tijd is het wijngaardoppervlak meer dan verzesvoudigd, wat neerkomt op 56.000 ha tot op heden.
Zoals in het begin al vermeld worden hier veel versterkte wijnen geproduceerd. Het zijn vooral rode versterkte wijnen, en dit van de grenachedruif en ook witte van de muscatdruif.
Hier naast staan er ook nog andere druiven aangeplant natuurlijk, en deze zijn :
WIT
- Grenache blanc
Dezelfde druif die ook veel in de Languedoc staat aangeplant en in het zuidelijke deel van de Rhônestreek.
In Rivesaltes wordt deze gebruikt voor de witte vin doux naturels.
- Malvoisie du Roussillon ( = Tourbat )
Deze is wel in kleinere mate aangeplant hier, en dit voor volle, vrij vettige wijnen met vrij veel zuren en vrij aromatische karaktertrekken. Vrij floraal in de neus en veel finesse in de mond. Deze staat meer op het Italiaanse eiland Sardinië aangeplant onder de naam Torbato.
Er wordt ook wel versterkte wijn van gemaakt van dit druivenras maar zijn eerder zeldzaam maar overheerlijk.
- Macabeo
Een druif die ook gebruikt word voor de vin doux naturels. De droge wijnen zijn ietwat vettig, dieper gekleurd en aroma's van rijp wit fruit.
- Vermentino
Deze staat garant voor de frisse, wat lichtere en aromatische witte wijnen.
Vooral veel appeltoetsen, amandelen en kruiden.
Een van de weinige druiven die lichtheid en complexiteit zo goed in balans hebben.
Tenminste dit is al te zien van welk domein je hem koopt natuurlijk.
- Marsanne
Deze kennen we beter in de Rhônestreek, maar hier verschijnt ze ook vaak.
Hij geeft vaak wijnen met veel aciditeit maar kan ondanks de vele zuren niet zo goed ouderen.
- Roussanne
Deze verdwijnt meestal in de assemblage met Marsanne, hoewel deze meer capaciteiten heeft dan de voorgenoemde. Meer complexiteit, een exotisch karakter en hij kan beter ouderen.
- Muscat à petit grains
Dit is de hoofddruif voor de versterkte witte wijnen. Zijn typische muskaatgeuren en soms wat zeeperig aroma zijn overal gekend en befaamd. Het is wel een druivenras die veel aandacht vraagt in de wijngaard.
- Muscat d'Alexandrie
Deze is een variant van de Muscat à petit grains, in tegenstelling tot de voorgenoemde heeft deze wat grotere bessen maar hij leent zich ook perfect voor zoete wijnen. Hij wordt vooral gebruikt voor de muscat de rivesaltes te maken en hier en daar voor andere wijnen.
ROOD
- Carignan noir
Dit is voorlopig nog een van de belangrijkere druiven maar toch sterk aan het achteruit gaan. Het is namelijk een ras met hoge opbrengsten wat dus de kwaliteit vaak niet ten goede komt. Over het algemeen komen er vrij donkere en nogal sterke wijnen van voort maar alles hangt er dus vanaf waar je hem plant en hoe je hem vinifieert. Een carignan drink je best vrij jong gezien hij niet zo lang zijn complexiteit kan behouden.
- Cinsault
Nochtans een druif die mooie kwaliteitswijnen kan brengen. Maar ook deze wordt zelden nog heraangeplant. Cinsault heeft behoefte aan een arme grond wat men vaak vergeet en daardoor mindere wijnen geeft. Vaak gaat hij samen met Carignan in een blend. Een 100 % cinsault ziet u zelden maar met de nodige zorgen in de wijgaard geven ze volle en delicate wijnen. Wat wel een minpunt is, is dat de tannines vaak te streng overkomen, zelfs na een lange houtrijping..
- Grenache noir
Deze kennen we al van in de Rhônestreek en in de Languedoc.
Vaak wordt hij wel eens de Pinot noir van het zuiden genoemd, dit door zijn lichtere kleur, hoge zuren en weinig tannines met meer gekonfijte fruittoetsen.
Door de vele suikers die de druif draagt is hij zeer goed geschikt voor de versterkte rode wijnen, met name de Maury's en de goed gekende Banyulswijnen.
- Lladoner Pelut
Een nogal vreemde naam en voor velen misschien ongekend.
De naam wordt uitgesproken als Ljadonère Pelute.
Hij lijkt nochtans heel goed op de hiervoor besproken druif, de Grenache,
daarom is zijn synoniem ook wel eens Grenache Poilu.
Hij heeft ongeveer dezelfde eigenschappen ( veel suiker : alcohol, veel fruit en nogal rond ) behalve dat de wijnen nog iets lichter zijn van kleur.
Hij rijpt wel gelijkmatiger dan de grenache, wat zeker een voordeel is maar hij is dan wel weer gevoeliger voor ziektes.
- Syrah
Ook hier speelt deze druif steeds meer een grote rol, bijna in elke blend is deze druif te vinden of als monocépage.
Zoals overal worden er stevige wijnen van gemaakt, dus veel tannines, vrij veel zuren. Daarnaast zijn het ook donkere wijnen met kruidige aroma's en soms wel een bittere toets in de afdronk.
- Mourvèdre
Deze cépage is aanzienlijk minder terug te vinden sinds de phylloxeraramp.
Nochtans met de nodige zorgen en een opvoeding en foeders kan je er prachtige wijnen van maken. Het is een late rijper met een hele dikke schil, wat dus wil zeggen veel tannines en kleur. De aroma's zijn eerder aan de aardse en animale kant.
Deze wijnen laat u best een paar jaar liggen vooraleer op te drinken want de tannines kunnen vrij hard overkomen en de aroma's zullen nog niet op zijn plooien zijn gekomen.
Gezien zijn ligging vlak aan de middellandse zee, regeert hier vooral een middellands zeeklimaat, wat dus de vele versterkte wijnen verklaart.
De zomers zijn heel warm, gemiddeld 24 graden overdag. In het begin van de lente zijn er vaak grote regenbuien en in de herfst vaak stormen.
Ruim 2.500 zonne-uren en een gemiddelde jaartemperatuur van zo een 15 graden zorgt dus voor de optimale rijping van de druiven.
Ook hier vinden we een grote diversiteit aan bodemsoorten.
Het zijn vooral de hardere gesteenten als gneiss, schistes en zelfs lavasteen die hier terug te vinden zijn. De gekende rolkeien uit de Rhônestreek komen hier ook voor. Daarnaast zijn er ook kleilagen en kalklagen terug te vinden, als bovenbodem, dit dan meer op de alluviale vlaktes.
- aoc Côtes du Roussillon
Dit is de algemene appellatie voor de wijnen uit Roussillon. Hij geld wel enkel voor droge wijnen, zowel wit, rood als rosé.
Hoewel er slechts maar 3 % witte wijnen gemaakt worden.
Dat wil dus zeggen dat het voornamelijk de rode wijnen zijn die domineren met ongeveer een 40 %.
Maar het zijn vooral de rosé's die belangrijk zijn met zo'n 57 % van de productie.
Het zijn iets krachtigere rosé's maar toch nog met voldoende fruitigheid om op een terras van te kunnen genieten of bij een mediterraanse of oosterse maaltijd.
Alle druiven die vermeld staan zijn toegelaten.
- aoc Côtes du Roussillon Villages
Deze appellatie gaat enkel op voor rode wijn. Op een 40-tal gemeentes mogen deze wijnen gemaakt worden. Deze zijn over het algemeen iets complexer in smaak en wat langer van afdronk. Slechts 4 mogen hun naam toevoegen achter Côtes du Roussillon Villages, deze zijn
Latour de France
Stille rode wijnen op basis van hoofdzakelijk grenache, syrah en mourvèdre.
Er mag niet meer dan 2/3 carignan in de blend zitten en de blend moet uit minstens 3 druivensoorten bestaan.
Caramany
Zoals in alle Côtes du Roussillon villages wijnen wordt hier ook enkel rode wijn gemaakt. Opnieuw minimum 3 druiven in de assemblage maar het verschil is dat er minimum 25% Syrah aanwezig moet zijn. Terwijl bij Latour de France minimum 30 % Syrah en Mourvèdre samen of apart moet gebruikt worden.
Aanvullen mag met Lladoner Pelut en Carignan ( max.60% opnieuw )
Lesquerde
Hier geldt dezelfde regeling zoals in Latour de France. Het verschil zit hem vooral in de terroir, daardoor dat deze eigenlijk hun naam mogen toevoegen omwille van de betere bodem,...
Hier domineert vooral graniet, in Caramany is het vooral gneiss en in Latour de France veeleer bruine schistes.
Tautavel
Hier vinden we een andere regelgeving terug omtrent het gebruik van druivensoorten.
Grenache en Lladoner Pelut moeten samen of apart minstens 20 % uitmaken van de assemblage. Carignan is maximum voor de helft van de blend toegelaten en daarbovenop moet minimum 50 % van de carignan koolzuurweking gekregen hebben.
Zoals u dus ziet gelden er strikte voorwaarden om onder deze naam op de markt te mogen komen.
De bodem hier bestaat vooral uit rode klei met kalk ertussen.
- aoc Côtes du Roussillon Les Aspres
Dit is de meest recente appellatie hier, in 2004 goedgekeurd.
Enkel Grenache, Syrah, Mourvèdre en Carignan zijn hier toegelaten, GEEN Lladoner Pelut dus.
Syrah en Mourvèdre moeten minimum 20 % aanwezig zijn. De 'gsm'druiven mogen elk apart niet meer dan de helft aanwezig zijn plus het feit dat carignan ook nog eens minimum 25% moet voorkomen.
Het toegestane restsuikergehalte ligt hier wat lager wat dus wil zeggen dat de wijn iets minder kracht zal hebben qua alcohol en dus iets soepeler zal zijn dan de bovengenoemde.
- aoc Collioure
Dit is dan weer een andere herkomstbenaming. Hier mogen terug zowel rode, rosé, als witte wijnen gemaakt worden.
Het is toch wel een van de meest gekende appellaties uit de streek, gelegen vlak aan de Pyreneëen eigenlijk, op het randje van de streek.
Voor de rode wijnen is het vooral terug het 'gsm' trio die het vaandel zwaait maar mag aangevuld worden met Lladoner en carignan.
Bij de roséwijnen zijn alle druiven toegelaten, juist Grenache gris mag maar maximum een 3e voorkomen.
De eerder zeldzame witte wijnen zijn op basis van hoofdzakelijk Grenache Gris en blanc.
Allemaal een iets vollere stijl maar toch met voldoende frisheid, vooral de rosé's.
- aoc Rivesaltes
Vanaf hier gaan we enkel nog praten over zoete, versterkte wijnen, dit met de wijnen uit Rivesaltes. Alcohol van 95% wordt hier toegevoegd om de gisting te laten stoppen. Om te beginnen zijn er verschillende soorten Rivesaltes, namelijk :
ambrés Alle witte druivenrassen zijn hier toegestaan
( grenache blanc & gris, malvoisie, muscat à petit grains,
d'alexandrie en macabeo )
er mag slechts 20 % muscat gebruikt worden.
Een houtlagering is verplicht.
grenat Hier zijn het dan weer de rode druiven die gebruikt worden
( grenache noir ) maar mag aangevuld worden met alle
witte cépages, behalve dan muscat.
Hier wordt er reductief ( in inox ) gevinifieerd.
Grenache noir moet minstens 75 % aanwezig zijn.
tuilé Hier opnieuw hetzelfde als bij de grenats, behalve dan dat
een houtrijping hier verplicht is en dat grenache maar voor 50 %
in de blend aanwezig moet zijn.
hors d'âge Dit is eerder een zeldzame 'extra' vermelding. Het kan op een
ambré of een tuilé staan. 5 jaar houtrijping is vereist maar meestal
laat men ze een 15 à 20 jaar op vat liggen.
- aoc Muscat de Rivesaltes
2 druiven worden hier gebruikt, namelijk de muscat à petit grains en d'Alexandrie.
minstens 50 % van de petit grains moet aanwezig zijn.
Het smaakprofiel voldoet vrij goed aan de andere versterkte muscats zoals die van Minervois,...
Er mag tussen de 5 en 10 % van het totale volume aan alcohol worden toegevoegd.
- aoc Banyuls
Ook hier wordt er een onderscheid gemaakt tussen blanc, ambré, rosé, rouge en tuilé.
Grenache moet minstens de helft voorkomen en mag aangevuld worden met de andere witte en rode druivenrassen. De eerder zeldzamen witte banyuls wijnen bestaan dan natuurlijk enkel uit witte druiven.
- aoc Banyuls Grand Cru
Een extra vermelding voor de Banyulswijnen. Hier moet er minimum 75 % grenache gebruikt worden en een vatrijping van minstens 30 maand is verplicht.
Qua restsuikergehalte hebben ze dezelfde beperking als de gewone banyuls.
- aoc Maury
Alla witte en rode druiven zijn hier toegestaan,
voor de rode en de tuiléwijnen is grenache de hoofddruif en bij de witte staat het gebruik van de muscatdruif gelimiteerd tot 20% maar.
Opnieuw evenveel restsuiker maar de alcohol die diendt om toe te voegen moet minstens van 96 % zijn.
Het zijn vooral de rode versterkte wijnen die meer gekend en geliefd zijn.
|