|
Wijn proeven
Hoe moet men nu eigenlijk een wijn proeven, veel taboes en legendes bestaan hieromtrent.
Moeilijk is het eigenlijk niet, hoe meer u het doet, hoe beter het gaat.
En dat vrouwen beter kunnen proeven dan mannen wordt ook veel gezegd maar daar zit praktisch geen verschil op, alles hangt af van ervaring, ...
Er zijn verscheidene fiches om een wijn te bespreken, de ene al wat beter of gemakkelijker dan de andere.
Ik heb daarom een degustatiefiche gemaakt die volgens mij het meest beantwoord aan alle vragen. Sommige woorden zullen u misschien niet duidelijk zijn maar geen paniek, alles wordt hieronder volledig uitgelegd.
De fiche is te vinden via volgende link : DEGUSTATIEFICHE
Dan nog enkele tips :
- Als u verschillende wijnen te proeven heeft, is het gewenst dat u de wijnen uitspuwt in een daarvoor voorziene spuwemmer en tussendoor een slokje water te nemen of een stukje zuiver brood ZONDER boter om het palet te reinigen.
Doet u dit niet dan kan uw smaakpalet verward of vermoeid geraken.
- Zorg steeds voor propere glazen en gelieve ze niet met geurende detergent te reinigen gezien dit de wijn kan beïnvloeden.
- De beste proefglazen zijn AFNOR - glazen (Association Française de Normalisation). Indien u dit niet heeft neemt u best een wijnglas zonder enige versieringen, ...
- Het lokaal waar u de wijnen proeft heeft best zo veel mogelijk natuurlijk licht en is best ook vrij van enige storende geuren, ...
- De wijnen moeten op de juiste temperatuur geproefd worden, niet te koud en zeker niet te warm. Zodat alle goede geuren uit het glas komen. 2 graden verschil kan de wijn al helemaal anders, lees atypisch doen lijken.
- Als u een wit tafelkleed heeft is dit het beste, zo is er geen enkele invloed op het kleur van de wijn.
- Het glas steeds en ten alle tijde bij de steel nemen om zo storende vette vingers te vermijden, tenzij de wijn net iets te fris is, dan kan u het glas in uw palmen wat opwarmen.
Hieronder dan overloop ik alles wat op de degustatiefiche staat :
OOG
Hiermee bedoelt men als de wijn er helder uitziet, of er geen waas inzit. (dit kan voor komen als de wijn niet gefilterd is ) over het algemeen is dit helder.
Maar dan kan je ook zeggen als hij bvb. mat of brilliant is, mat is wanneer er geen blinkende schijn op de wijnspiegel zit, brilliant als de wijn echt schittert, meestal zijn dit dan wijnen met veel zuren.
Dit spreekt voor zich, de intensiteit van de wijn, dit drukt men uit in ofwel licht intens, intens of zeer intens. De sterkte van de kleur dus.
De effectieve kleur van de wijn, iets waarover veel gediscussieerd wordt,
maar voor de één is het witgeel terwijl voor de ander lichtgeel. Daarom is
het altijd aangenaam om een andere wijn ernaast te hebben en die dan te
vergelijken met elkaar.
Voor witte wijnen kan u zeggen :
witgeel - bijna geen kleur, echt flauw/waterachtig
lichtgeel - een lichtgele schijn
geel - kleur die naar geel neigt, dit kan je dan aanvullen met licht intens, intens, ...
strogeel - kleur die stro goed benaderd, bvb. oudere rieslings, oudere chardonnays,.. maar ook zoetere wijnen, ...
goudgeel - zoete wijnen of oude, ... maar dit gaat niet op voor alle wijnen!
Voor roséwijnen :
zalmroze - de kleur van zalm kent iedereen, vaak jonge wijnen
patrijsoog (oeil de perdrix ) - nog fris roze met een heel minieme evolutie
ajuinschil - voor de oudere rosé's, gaat naar de bruinere kant
de intensiteit van deze kleuren hangt af van de duur van de maceratie van de schillen.
Voor rode wijnen :
purper - heel jonge wijnen, hangt ook af van de druivensoort, vaak fruitige aroma's
kersenrood - de kleur van kersen, geen purper meer maar eerder donkerbordeaux
robijnrood - lichte evolutie, een blekere rand aan de wijnspiegel
granaatrood - hier vormt er al een bruine rand, vrij geëvolueerd
bruinrood - oftewel baksteenrood, zeer veel evolutie
Zoals eerder al eens gezegd hangt de kleur van de druivensoort ook.
Bvb. een pinot noir heeft bijna altijd een lichte kleur gezien er weinig kleurstoffen in de schil zitten. En een grenache noir verliest sneller zijn kleur en wordt dus rapper granaatrood.
De traning van de wijn in het glas. Dit kan je zien als u de wijn rondwalst in het glas.
De waarde hiervan kan u uitdrukken als :
dun : de tranen zijn zeer fijn en lopen snel van het glas, net iets dikker dan water.
Dit zijn wijnen met eerder wat minder alcohol, frisse stijl met meer zuren.
medium : de tranen zakken langzamer langs de wand, dit geld voor het grootste deel
van de wijnen. Neem nu een doordeweekse Chileense chardonnay als
referentie.
dik : de tranen kleven echt aan het glas, dit geld voor alle zoete wijnen, wijnen met
zeer veel alcohol, ...
Hieruit kunnen we dus afleiden dat wijnen met meer glycerol ( zoete alcohol ) dikke tranen geven.
Hier kan u alle andere bemerkingen schrijven.
Bvb. voor mousserende wijnen kan u hier zetten fijne pareling, veel bubbels, grote bubbels, ...
Als u een groene schijn waarneemt bij witte wijnen gaat het vaak om een iets minder rijpe oogst of een wijn met veel zuren zoals bvb. een Portugese Vinho verde, een sauvignon blanc uit het noorden etc.
Als er bezinksel aanwezig is in het glas kan u dat hier gerust ook noteren.
NEUS
Dan komen we toe aan het ruiken van de wijn, de aroma's ed.
Hier halen we eventuele fouten uit de wijn zoals :
- kurk : de geur van muffe kurk.
- azijnsteek : de wijn gaat echt naar azijn ruiken
- brettanomyces : een eerder zeldzaam iets, geeft een speciale geur die zeer dierlijk overkomt, dominant wel te verstaan, zoals van een paardenstal. Kan komen door de eventuele verkeerde gistsoort of te weinig hygiëne,... is tevens ook de naam van een gistsoort
- melksteek : dit krijgt men doordat de restsuiker in de wijn ongewild omgezet wordt naar melkzuur en azijnzuur, wat de geur van slechte boter of geraniums meegeeft.
Merkt u niets bijzonder dan is de wijn zuiver.
Net zoals bij het zicht spreken we ook over de intensiteit van de geur.
Dit bespreekt men best na het walsen met het glas.
Moet u echt gaan snuiven in het glas om aroma's eruit te halen dan spreken we van een weinig of licht intense geur. bvb. pinot blanc uit de Alsace
Houdt u het glas bij de neus en ruikt u enkele aroma's dan hebben we een intense geur. bvb. een licht houtgerijpte chardonnay,..
En als de geuren al in uw neus slaan als het glas 1 à 2 decimeter van uw neus houdt dan spreken we van een zeer intense geur.
bvb. een gewürztraminer of een goed rijpe sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland,..
Haalt u er maar 1 tot maximum 3 geuren uit dan spreken we van een lichtcomplexe wijn. Haalt u er echter een dozijn verschillende geuren uit dan spreken we van een eerder complexe wijn.
In het merendeel van de gevallen gaat op dat duurdere tot dure wijnen iets complexer zijn.
Als we een blend van verschillende druivensoorten hebben zal deze automatisch meer complex zijn.
Dan komen we nu aan een groter onderdeel, de aroma's.
Hier beschrijven we wat we echt ruiken in het glas.
Aan de hand van de geur kan men ook vaak het druivenras herkennen maar daarvoor moet u een beetje de typiciteit kennen van die druivenrassen en dat vergt enige tijd.
We onderscheiden enkele verschillende groepen met daarbij de meest voorkomende aroma's :
Fruitig : appel (rijp of onrijp), perzik, banaan, kweepeer, framboos, kers, pompelmoes, citroen, ananas, lychee, ... alle fruitsoorten dus.
Kruiden : peper, kaneel, eucalyptus, munt, nootmuskaat, zoethout, ...
Vegetaal : paprika, gras, artisjok, kool, ...
Plantaardig : boter, stro, chocolade, ...
Aards : truffel, humus, paddestoel, muf, stofferig, ...
Dierlijk : leder, wild, pels, paardenstal, muskus, zweet (negatief), ...
Gebrand : cacao, koffie, toast, rook, ... wijst vaak op een houtlagering!
Chemisch : detergent, kuismiddel, rubber, petroleum (goed : oude riesling!), zeep, zwavel, plastic, karton, ethanol ,... meestal niet zo aangenaam. Kan voorkomen als bijvoorbeeld de vaten of tanks slecht gespoeld zijn na het reinigen en er dus zeeprest achterblijft.
Houterig : hout, ceder, vanille, eik, den, ...
Voor meer verschillende aroma's kunt u op het internet een aromawiel vinden met daarbij meer uitleg.
Bij een witte wijn gaat men dus wit fruit herkennen, tenminste als hij van witte druiven gemaakt is, enkel wit fruit herkennen.
Bij rode wijnen dan enkel rood fruit.
Bij een champagne kan men herkennen welke druivensoort het meest gebruikt is aan de hand van de aroma's. Ruikt u meer rood fruit dan is het aandeel pinot noir of meunier het grootst en bij meer wit fruit de chardonnay.
Dit kan men uitdrukken in verschillende termen
Primair : het jonge, rijpe of onrijpe fruit overheerst echt
Secundair : aroma's van de gisting of verse champignons, .. gekonfijt fruit, bijvoorbeeld jam, dit komt men wel een tegen in zeer warme gebieden/ jaren. Of de wijn is al lichtjes geëvolueerd.
Tertiair : Hieronder rekenen we de aroma's van gedroogd fruit/vruchten zoals vijgen, dadels, ...
Alsook de aroma's van een sterke houtlagering, heel dierlijke aroma's zoals die van leder, ...
Dit is dan voor de oude, geëvolueerde wijnen.
MOND
Als voorlaatste gaan we de wijn proeven, toch wel het belangrijkste van allemaal.
Hier bespreken we de aanzet van de wijn, u kan dit bij witte of rode wijn verwoorden als :
fris : de zuren prikkelen het meest
vol : een bijna romige indruk als u de wijn net in de mond heeft
hier kan u ook zeggen dat het om een zuivere of onzuiver aanzet gaat.
Bij mousserende wijn kan men zeggen :
frisse explosie : bij de meeste mousserende wijnen, het schuim explodeert als het ware in de mond.
zachte mousse : bij parelende wijn en enkele mousserende wijnen.
De mousse opent zacht in de mond en niet zo geweldig.
volle mousse : bij zoetere mousserende wijnen, waaronder ook moscato d'asti spumante. Heel romig en zacht, zoals bij oudere champagnes en topcuvées.
De naam spreekt voor zich, hier bespreken we het restsuikergehalte in de wijn dat u gewaar wordt.
Doorgaans zijn de wijnen droog, als u niets van zoetigheid bespeurd, dan vult u dit in.
Merkt u een klein beetje zoet in de mond dan schrijft u een puntje restsuiker.
Heeft u echt een filmend effect in de mond, veel zoetigheid, dan schrijft u gewoon zoet op.
De frisheid van de wijn, de zuren.
Een belangrijk punt waaraan u kunt merken als deze wijn uit een koel of uit een warmer klimaat of streek komt, of het is vaak ook een hint voor het druivenras.
Veel frisse zuren wil zeggen een koeler klimaat of een koele plek in een iets warmer klimaat en minder of lompere zuren wil zeggen een warmer klimaat.
Het ene druivenras heeft dan ook al wat meer zuren dan het andere dus let hiermee op.
Men kan de zuren uitdrukken als volgt :
- frisse, crispy zuren
- frisse zuren
- zachte zuren
- weinig tot geen zuren
Als het water u in de mond komt bij het proeven, het speeksel is zo goed als waterachtig dan heeft de wijn veel zuren.
Is het speeksel iets dikker of krijgt u er haast geen van dan bevat de wijn weinig zuren.
Dit is iets dat men slechts in enkele wijnen tegenkomt, bijvoorbeeld typisch voor een manzanillasherry, muscadet de sèvre et maine, ... Wijngaarden die vlak aan de oceaan liggen dus. U proeft dan vaak een puntje jodium.
Dit zijn dan de tannines die we bespreken, enkel van belang bij rode wijn dus, of tenzij de oogst te onrijp was kan witte wijn ook een beetje bitter smaken.
Tannines zijn looistoffen of looizuren en er zijn 2 soorten daarvan, edele en niet edele.
De edele bevinden zich in de schil.
De onedele zijn dan het binnenste van de pitten en de takjes.
Het spreekt dus voor zich dat we enkel de edele nodig hebben.
Hiervoor moet men dus iets zachter persen om de pitten niet open te breken alsook ontristen.
Bij een te koud/slecht jaar kan het zijn dat de tannines niet voldoende kunnen rijpen en daardoor zullen ze niet edel smaken. Dit blijft dan ook in de wijn en wordt niet zachter naarmate de jaren.
De tannines voelt men het meest aan de kaken en achter de tanden, het vlees die wat samentrekt.
Men kan de bitters/tannine als volgt bespreken.
Groen/onedel/onrijp : u krijgt een bittere, wrange gewaarwording in de kaken. Let wel, druivenrassen zoals Cabernet franc, Pinotage, ... hebben automatisch een bitter puntje, wat groen, dat is dan
wel goed.
Rijp : De tannines doen het tandvlees wel wat samentrekken maar niet op een heel storende manier, deze verzachten nog wat met de tijd.
Versmolten : De tannines zijn goed verscholen tussen de andere elementen zoals de alcohol, zuren, ... Vaak wijnen die een beetje ouder zijn ofwel wijnen
van een warm jaar. Of bvb. wijnen van een druivenras die automatisch minder tannines in de schil hebben zoals merlot, pinot noir, ...
Bijna geen : Wijnen die net iets te oud zijn ofwel nog net op dronk.
Er bestaan ook truukjes om de tannines te veranderen tijdens vinificatie zoals het gebruik van houtlagering, micro-bullage ( toevoegen van zuurstofbelletjes, verzacht de wijn ), macération carbonique, ...
Alcohol kent iedereen, het zit in elke wijn. En naar mate het klimaat waarin men zich bevind kan dat enkele graden verschillen, want hoe meer suiker er in de druif zit, hoe hoger het potentiële alcoholgehalte is. Maar sommige wijnboeren stoppen de gisting dan wat vroeger of gebruiken nog andere manipulatietechnieken om de alcohol in te perken.
Hier bespreken we de gewaarwording van alcohol in de mond en het evenwicht tussen alcohol en zuren, tannines, textuur, ...
De alcohol kan in harmonie zijn met de wijn, dat wil zeggen dat hij niet echt opvalt, stoort.
Maar hij kan er ook een beetje uitspringen en dan spreken we van onevenwichtige alcohol.
En u kan dan ook zeggen of het een hoog of eerder laag gehalte is en er dan een procent op kleven.
Alcohol is dus over het algemeen een indicatie over het klimaat waaruit hij komt.
Hier bespreken we dan meer het geheel van de wijn. Het is een samenspel tussen de zuren, alcohol, tannines en evt. restsuikers.
Hierin onderscheiden we :
- light bodied : dit spreekt voor zicht, de eerder lichte wijnen met niet zo veel alcohol, frisse crispy zuren, .. of lichte fruitige rode wijnen met beaujolais als perfect voorbeeld.
- medium bodied : de ietsjes meer gecorseerde wijnen, die een zekere mondvulling geven, merkbare tannines hebben, alcohol rond de 12,5 - 13,5 ,... dit gaat wel voor de meeste wijnen op.
- full bodied : dit zijn dan de zware wijnen met vrij veel alcohol ( hoeft niet per sé! ), stevige tannines, ... Voorbeelden hiervan zijn de zinfandel van seghesio, Syrah van Stellen- zicht (Zuid-Afrika), ...
Met deze rubriek bedoelen we dan of de vinificatie in houten of in inox tanks gebeurd is, of eventueel als er eventueel een speciale techniek zou toegepast zijn zoals de
- Méthode traditionelle, Méthode transfert, Méthode rurale, ... voor mousserende wijn.
- Macération carbonique
- ...
Dit is niet altijd even gemakkelijk om te vinden.
Hier bespreken we de lagering, opvoeding van de wijn. Is dit gebeurd in inox tanks of op barriques of in grote foeders? U schrijft dan 1 van deze items op.
Rieslings hebben over het algemeen wel op grote foeders gerijpt, maar dat is geen standaard om duidelijk te zijn.
Merkt u toch sterke hints van hout zoals vannile, cacao, geroosterde of gebrande smaak/geur, dan is er bijna geen twijfel mogelijk.
Meer informatie en specifieke aroma's hierover vind u bij houtlagering.
Met retro bedoelen we de aroma's die we in de mond gewaar worden. Bvb een toets van appel of peer, bloesems, kersen, blauwe bessen, ...
Vaak gebeurd het dat elementen uit de geur terug komen in de smaak, vandaar ook de naam retro, het terugkeren.
Hieraan merkt u de kwaliteit van de wijn.
Met afdronk bedoelen we het aantal seconden dat het duurt tussen het uitspuwen of inslikken van de wijn en het verdwijnen van het boeket in de mond.
Dit drukken we uit in codalie, dit is gewoon een andere benaming voor seconden dus 1 codalie = 1 seconde.
Een wijntje van 2 euro uit de supermarkt of een te oude en versleten wijn zal bijvoorbeeld maar maximum 4 - 5 codalie halen.
De meeste wijnen draaien rond de 6 - 7 codalie. Dat is een goed gemiddelde.
Topwijnen ed. kunnen tot een afdronk van zelfs 12 - 15 codalie gaan, maar dan betaalt u daar wel een tikkeltje meer voor.
Hoe langer de afdronk, hoe beter de kwaliteit en vaak ook hoe duurder de wijn is.
CONCLUSIE
Het spreekt voor zich, het type van de wijn. Dit is de samenvatting ongeveer.
Er zijn :
droge witte wijnen
licht zoete witte wijnen
zoete witte wijnen
versterkte witte wijnen
droge rode wijnen
zoete rode wijnen
versterkte rode wijnen
mousserende witte wijnen
mousserende roséwijnen
mousserende rode wijnen
Hier verklaren we het type een beetje nader, meer in detail.
Deze termen zijn dan wel te plaatsen voor het type.
U kan dit naar eigen zin verwoorden maar dit zijn wel de meest gebruikte termen.
fris
iets voller
vol
licht
halfkrachtig
krachtig
En u kan dan nog altijd iets extra over de tannines zeggen of over de zuren of eventueel andere bemerkingen.
De volgende dingen zijn gemakkelijk als u de fles voor u heeft maar bij blind degusteren moet u dus de komende items allemaal proberen te achterhalen aan de hand van wat u allemaal al genoteerd heeft.
Zoals eerder al gezegd zijn er bepaalde factoren die de herkomst kunnen verraden zoals de grote aanwezigheid van zuren of net niet, veel of weinig tannines, laag of hoog alcoholgehalte, ...
Het komt er dus op neer zoveel mogelijk op te slaan in u hoofd van eerder geproefde wijnen om zo tot een goede conclusie te komen.
Dan als één van de moeilijkere dingen van het blind degusteren, het druivenras raden.
Om dit tot een goed eind te brengen is er vooral wat ervaring nodig en een goede databank in uw hoofd.
Elk druivenras heeft zo zijn specifieke aroma's en andere kenmerken.
Hieronder is er een klein overzichtje van de meest noodzakelijke die u zou moeten kennen.
- sauvignon blanc
Hangt af van de rijpheid. In Nieuw-Zeeland is hij vaak expressiever dan in Frankrijk.
Hangt ook sterk af van huis tot huis uiteraard.
Varens, kruisbessen, groene appel, exotisch, heel aromatisch, ...
- chardonnay
Deze heeft 2 gezichten, houtgerijpt en niet houtgerijpt.
Dit is geen aromatisch druivenras.
Niet gerijpt proeft u eerder pompelmoes, citroen, stoofappel, ...
Wel houtgerijpt is dit gemakkelijker te raden : vanille, boter, stro, lactisch, ...
- chenin blanc
Wordt soms wel eens verward met chardonnay, hoewel deze over het algemeen meer zuren en restsuiker heeft dan de chardonnay en hij ook aromatischer is.
Meer bloemetjes in de neus, noten, perzik, abrikoos, ...
Veel zuren, ook al staat hij wat warmer aangeplant.
- riesling
Voor mij persoonlijk een van de mooiste druivenrassen in wit die er is.
Veel zuren, vaak een heel licht zoet puntje, heel mineralig en dat merkt u zeker na enkele jaren in de kelder te liggen.
Lychee in de neus, honing, citrus, veel mineralen, expressief, ...
In zijn ouderdom ontwikkeld hij dan vaak een petroleumachtige toets.
- pinot blanc
Een veel meer gesloten druivenras, zachte tot weinig zuren, geen expressieve aroma's.
Met een beetje geluk haalt u er wat lychee en wit fruit uit, maar over het algemeen vrij neutraal.
- pinot gris
Ook eentje van de pinot familie, deze is net iets expressiever dan de pinot blanc en heeft een beetje meer zuren.
Perzik, abrikoos, specerijen en vaak ook een ronde, zachte afdronk zijn typerend.
- viognier
Terug een aromatisch druivenras, vooral abrikoos en perzik, florale aroma's en een licht vette hint in de afdronk.
- muscat
Deze is vast en zeker onmiskenbaar. De typische geur van muskaatdruiven kent vrijwel iedereen. Vaak heeft hij restsuiker zitten, ook al is het een droge wijn.
Verder nog honing, lychee, ananas, ...
- cabernet sauvignon
Een alomgekend druivenras, maar wat zijn nu zijn grootste kenmerken?
Veel aroma's van jong rijp fruit zoals zwarte bessen, meer donker fruit ook zoals bramen, ... Verder altijd stevige tannines waardoor hij goed houtlagering aankan en dan toont hij cederhout, wat chocolade, cacao, vanille, ... en bij het ouderen vaak leder, drop en wat tabak.
- cabernet franc
De kleinere broer van cabernet sauvignon, iets minder tannines en meer groenere aroma's van paprika, een klein bittertje misschien in de afdronk en ook zwarte en blauwe bessen, groene kruiden, viooltjes, ...
- merlot
Een vroegrijpend ras, dus veel minder tannines en wanneer hij goed rijp is evt. zelfs een zoet puntje in de aanzet. Vooral veel blauw fruit, kersen, rozen, verse pruimen.
Deze komt u zowel houtgelagerd als niet houtgelagerd tegen. Bij het ouder worden hebben we dan vaak die toets van gedroogde champignons, gekonfijte en droge pruimen, ...
- syrah
In rood dan weer mijn favoriet. Heel donkere kleur, fel paars in de jeugd. Kruiderige aroma's van onder andere munt, eucalyptus, witte peper, frambozen, bramen, ...
Veel tannines en vaak ietsje meer alcohol.
- grenache
Dan een iets specialer druivenras. Deze verliest zijn kleur sneller dan anderen dus als u het jaartal moet raden van een grenache, let op. Heel kruiderig en veel gekonfijte aroma's van jam, .. als hij uit een warmer klimaat komt. Heeft ook veel suikers en is dan ook de basis voor de rode versterkte wijnen zoals banyuls.
Hij kan de hitte vrij goed verdragen.
- pinot noir
Ook een druivenras met weinig pigmenten in de schil, vaak een blekere kleur. Niet zo veel tannines maar wel véél zuren wat hem in samenwerking met een goede terroir ( liefst koel ) tot een wijn met bewaarcapaciteit kan brengen. In de jeugd veel blauw fruit, viooltjes, framboos, aardbei, ... terwijl bij het ouderen de aardse aroma's de overhand nemen.
- mourvèdre
Een krachtpatser dan met enorm veel tannines, wat in de jeugd niet zo zeer aangenaam is. Heel dierlijke aroma's zoals pels, paardenstalgeuren, hooi en ook een kruidige toets. Kan heel goed tegen de hitte en daar staat hij dan ook altijd aangeplant dus er is kans op een extra graadje alcohol.
Dit gaat dus over een algemene stelling, niet alle wijnen van deze druivensoorten smaken of ruiken daarom per sé zo!
Het raden van welk jaar de wijn is, nog zo een moeilijke opgave.
Kennis van de jaartallen is daarom onontbeerlijk. Via deze link vind u een tabelletje met de recentste jaargangen en hun bewaarcapaciteit.
Een jaargang raad u dus best aan de hand van de evolutie van het geheel (aroma's, zuren, tannines, ... )
Enkele belangrijke jaartallen zijn :
2000 : Een heel goed jaar, vooral voor cabernet.
2001 : Een vrij goed jaar, vooral voor de iets vroeger rijpende rassen.
2002 : Een vrij slecht jaar, althans in Bordeaux door véél regen maar in Bourgogne valt het nog mee, bvb. voor Meursault ed. weinig bewaarpotentieel.
2003 : Een zeer rijp en warm jaar, de wijnen evoluëren sneller, meer jammy aroma's.
2004 : Een middelmatig jaar, niet té warm. Niet zo krachtige wijnen.
2005 : Uitstekend jaar bijna overal, veel warmte en ook weinig tot geen regen bij de oogst.
2006 : Minder tot middelmatig jaar, nergens een echte uitschieter.
2007 : In het ene gebied zéér goed, in het andere misschien iets minder. Voor Franse en Duitse rieslings een meer gesloten jaar, maar bvb. voor witte Bourgognes veel beter. Ook schitterend jaar voor zuidelijke Rhônewijnen. Voor Zuid-Afrika dan weer minder goed wegens problemen rond de oogstperiode.
2008 : Een doorgaans gematigd tot goed jaar. Geen extreme opbrengsten. 2009 : Belooft overal een schitterend jaar te worden, warm en vrij droog dus ook voor de koelere regio's een goede zaak.
We zijn er bijna, nu gaan we de prijs met de kwaliteit vergelijken.
Let hierbij wel op, de prijszetting hangt sterk af van domein tot domein.
Maar echt complexe, elegante, fijne, ronde en volle wijnen zullen vaak wel duurder zijn.
Hierbij kunnen we de wijnen in verschillende categoriën gaan verdelen.
| Categorie |
Prijs |
Uitleg |
| Icon |
> 150 € |
Icoonwijnen, hebben een jarenlange traditie van constante topwijnen en krijgen steeds monsterscores en hebben een groot bewaarpotentieel |
| Ultra Premium |
14 - 150 € |
Meer complexe wijnen, vaak bekender merk, kunnen vrij lang bewaren ofwel top varietalwijnen |
| Super Premium |
7 - 14 € |
Wijn met goede structuur, karaktervol |
| Premium |
5 - 7 € |
Toegankelijke wijnen, nog steeds herkenbare wijn |
| Popular Premium |
3 - 5 € |
Licht, fruitig, toegankelijk |
| Basic |
< 3 € |
Vaak iets mindere kwaliteit, wel eerlijke wijnen soms |
Een wijn kan u op zeer verschillende manieren quoteren maar het meest gebruikte systeem is een score op 20 of op 100 zoals de befaamde Robert Parker dit doet.
Dan is er ook nog de Bessemansschaal, deze ziet u in de linkerkolom en we vergelijken het met het systeem van 20 punten.
AA 19-20 Echte topklasse, niets van fouten, héél lange afdronk
A + 17-18 Uitstekende wijnen van een hoog niveau
A 15-16 De betere wijnen, goede tot zeer goede kwaliteit, met lange afdronk
B+ 13-14 De goede, alledaagse wijnen. niets op aan te merken
B 12 De meer banale wijnen van aanvaardbare kwaliteit, zeker niet slecht
B- 11 Wijnen die over hun top heen zijn maar nog net drinkbaar
C 10 Slechte wijn, wijn met fouten, kan altijd eens gebeuren
Dan nu een voorbeeld van een degustatie van Mademoissele de T, Pouilly Fumé 2008, 2e wijn van Château de Tracy.
U heeft bijvoorbeeld een witte wijn voor u, hij heeft een licht intense gele kleur, dunne viscositeit en heel zuivere en intense primaire aroma's, exotisch, beetje kruisbessen, varens in de neus, eventueel wat groene appel, ... Met dan in de mond een frisse aanzet, vrij laag alcoholgehalte, droog en crispy zuren, niet overdreven veel body en geen houtindruk te bespeuren en wat exotische aroma's in de retro gevolgd door een afdronk van 6 codalie.
Dan begint u te denken, hij heeft veel zuren en fijne ook, niet zo veel alcohol en hij is ook heel exotisch met nog groene/vegetale aroma's dus hij zal 9 kansen op 10 uit een koel klimaat komen. Hij komt van een aromatisch druivenras, dus de niet-aromatische als pinot blanc, pinot gris, chardonnay,... kunnen al geëlimineerd worden.
De aroma's doen niet denken aan muscat, riesling, chenin, noch viognier, .. dus blijft er enkel nog sauvignon blanc over. En de bakermat hiervan is Loire, althans in Frankrijk. En bijna enkel in Pouilly-Fumé wordt er zo een aromatischere stijl gemaakt. Dus de druif en de streek hebben we al, nu nog het jaartal.
Daarvoor heb je een beetje kennis van de jaartallen nodig op wijngebied. Gezien het vele fruit en de zuren die nog crispy zijn is het een recent jaar. 2007 was een eerder koel jaar waardoor de wijnen meer gering zijn in aroma's. 2009 zou kunnen maar is nog niet volop te verkrijgen dus nemen we 2008, een iets expressiever jaar.
|