Vino site

 

 

 

 

 

Terroir

 

Terroir is een heel wijd begrip, nadat u dit gelezen heeft wordt zal dit wel duidelijk worden.

 

Voor het woord terroir bestaat er geen echte vertaling, het enige wat ik u wel

kan zeggen is dat het uit 5 grote begrippen bestaat, namelijk :

 

  • topografie

 

  • ampelografie

 

  • geologie

 

  • klimaat

 

  • de mens

 

elke factor afzonderlijk heeft een heel grote invloed op het uiteindelijke resultaat.

 

 

      1.      Topografie

 

 

Met dit begrip wordt de hoogteligging en de breedteligging, alsook de hellingsgraad van de wijngaarden bedoeld.

Dit is heel belangrijk want in een heel warm klimaat zal men de wijngaarden hoger aanplanten.

Want als je 100 meter stijgt wordt het +/- 1 graad kouder.

Dit is noodzakelijk want op wijngaarden die meer naar de evenaar toe liggen is het héél warm

en zouden de druiven te snel rijpen of gewoon verbranden.

 

Op steile hellingen zal de zon ook meer centraal inschijnen dat wil zeggen dat er een kleinere

oppervlakte bestraald wordt maar dan wel veel krachtiger.

In dit geval is dit heel handig voor in koele regio's zoals Mosel-Saar-Ruwer, Alsace,.. .

 

 

Op een vlakke wijngaard zal de zon op een groter oppervlak inschijnen maar iets minder krachtig.

Bijvoorbeeld veel gebruikt in Nieuw-Zeeland, Australië, Zuid-Afrika etc.

 

 

Druiven kunnen enkel rijp worden in de zone van tussen de 30e en 50e graad noorderbreedte,

wat dus wil zeggen dat er in een groot deel van België eigenlijk ook wijn gemaakt kan worden.

Dit doen ze ook, maar in kleinere mate.

 

In het Zuiden is dit tussen de 30e en de 40e graad zuiderbreedte.

 

 

 

      2.      Ampelografie

 

is een moeilijker woord voor studie van de wijnstok.

Dit is een heel ruim begrip.

Hieronder wordt de snoei van de wijnstok bedoeld, de irrigatie,

het opbinden van de druivenstokken en het onderhoud ervan.

 

 

Snoeien

 

 

Het doel van een wijnstok te snoeien is om de vruchten ( druiven ) goed geordend

te kunnen laten hangen en om het aantal trossen te beperken per wijnstok. 

En ook om meer met het bladerdak te kunnen gaan werken.

Het bladerdak kan je dus gebruiken om de druiven te beschermen tegen extreem

sterke UV-straling.

 

Er zijn 3 heel bekende snoeiwijzen die bijna overal ter wereld worden gebruikt.

 

 

  •  Guyot

 

Deze werd zoals de naam het zegt uitgevonden door mr. Guyot

Bij deze methode kun je een onderscheid maken tussen de : 

 

  Guyot simple

 

Hierbij is er maar 1 tak met daaraan 4 tot 6 trossen

 

 Guyot double

 

Hierbij zijn er 2 takken met aan elke tak 3 tot 4 trossen

 

 

 

  • Cordon en Royat

 

 

Bij deze snoeimethode zijn er de 2 hele dikke takken met daaraan elk

ongeveer 4 twijgen en daaraan dus 1 tros.

 

 

  •  Gobelet

 

Dit is Frans voor beker wat heel toepasselijk is als je naar de vorm kijkt.

Deze methode wordt veel gebruikt in de Beaujolais streek en Languedoc.

 

 

 

Irrigatie

 

Ampelografie

Nog een heel belangrijk onderdeel in de wijnbouw,

vooral voor de warme zuiderse landen is irrigatie.

 

Dit dient om de wijnstokken op een heel dorre en droge bodem

toch nog genoeg water te kunnen geven zodat ze goed kunnen

groeien.

 

Dit is niet overal toegelaten en elk wijnland heeft zijn eigen wetgeving hieromtrent.

 

 

Er zijn 3 verschillende mogelijkheden om te irrigeren.

 

 

  • Drip  Irrigation

 

Bij deze methode wordt er om de zoveel seconden een druppel water aan de voet van de plant gegeven.

Hierdoor krijgt hij zeker niet te veel water en net genoeg om te kunnen groeien.

 

 

  • Sprinkler  Irrigation

 

Dit systeem kent iedereen zeker, je gebruikt het vast soms in je tuin om het gras of de bloemen automatisch water te geven. Het water wordt over de planten heen gesproeid. Maar dit is niet altijd evident want doordat het water op de bladeren ligt kunnen deze verbranden bij heel hete temperaturen.

 

 

  • Flood  Irrigation

 

Dit is een iets gemakkelijkere methode want hierbij wordt de hele wijngaard onder water gezet door een bepaalde sluis te openen. Dit kan men doen in landen waar een groot reservoir voorhanden is. In Chili wordt dit vaak gedaan, dit met water dat uit de Andes komt gestroomd. Of met water uit een rivier die dan in de wijngaard wordt gepompt, maar dan moet er natuurlijk wel één in de buurt zijn.

 

 

 

      3.      Geologie

 

 

Onder geologie verstaan we de studie van de bodem.

Elk druivenras verkiest zijn specifieke bodem en men zal

die dan ook op die plaatsen proberen aan te planten

om zo de beste kwaliteit te kunnen verkrijgen.

Deze specifieke bodem geeft ook een eigen smaak aan de wijn,

dit hangt ook wel grotendeels af van de wijnboer hoeveel hij echt

samenwerkt met de bodem en hoeveel oog hij heeft voor biodynamische wijnbouw.

 

Men kan een onderscheid maken tussen een warme bodemsoort en een koudere bodemsoort.

 

En ook tussen een bodem met een goede drainage of een minder goede drainage,

dit wil zeggen hoe goed ze het water kunnen vasthouden.

 

Of ook een onderscheid tussen de verschillende structuren. 

 

Elke streek, zoniet vierkante meter van een wijnbouwgebied heeft een specifieke bodemsoort.

 

Om nu een volledige kaart weer te geven per streek is een heel grote taak.

De bodemsoorten per streek kunt u terugvinden bij de landen.

 

 

Dit zijn zowat de meest voorkomende bodemsoorten met hun eigenschappen en

eventuele samenstelling. Deze lijst wordt nog aangevuld.

 

 

klei                            een koude, vruchtbare bodem, houdt het water lang op

leem                         een koude bodem, houdt het water ook lang op, bestaat uit klei en zand

leisteen                    een warme harde bodem, goede drainage en warmtebehoud

zand                          een warme, korrelige bodem, ideaal tegen de druifluis

mergel                      een eerder koude bodem, bestaande uit klei en kalk

kalk                            een koude bodem, heel mineralig en zuigt water op

kalk-mergel             bestaat uit het grootste deel kalk, met een klein aandeel klei

zandsteen                samengedrukt zand, breekbare bodem, houd warmte licht op met een

                                   vrij goede drainage

graniet                      warme en massieve bodem, houdt warmte op en draineert heel goed

 

 

 

      4.      Klimaat

 

 

Het klimaat is zoniet de belangrijkste factor.

Want niet elk druivenras kan goed groeien in een heel warm klimaat,

en anderen kunnen niet rijpen in een koel klimaat.

 

Onder klimaat verstaan we de temperatuur, de neerlag en de uren zon per dag.

In elk land is dit verschillend wat de wijnstijlen dan ook uniek maken.

Druivenstokken hebben een gemiddelde jaartemperatuur van minstens 10 ° celsius nodig om te kunnen groeien.

Er mag niet teveel neerslag vallen, vooral tijdens de oogstperiode, en ze hebben voldoende zonlicht nodig om te groeien.

 

We onderscheiden 3 soorten klimaten,

 

  • microklimaat

 

Het specifieke klimaat binnen de wijngaarden.

 

  • mesoklimaat

 

Het klimaat rondom de wijngaarden.

 

  • macroklimaat

 

Het klimaat in een bepaalde regio / land

Het klimaat wordt beïnvloed door 2 grote factoren, namelijk golfstromen en drijfijs.

In de meest zuidelijke landen van de wereld spelen deze 2 factoren een imens grote rol.

Moest bv. de koude stroom niet voorbij Californië passeren dan zou het praktisch omogelijk zijn

om daar aan wijnbouw te doen.

 

Hieronder ziet u een kaart met alle koude en warme golfstromen. 

 

 

 

 

      5.      De mens

 

 

De wijnstok is van nature een klimplant, maar door de grote invloed van de mens

kan de druivenstok perfect onder controle gehouden worden.

Maar daarvoor moet de wijnbouwer wel het hele jaar door werken in de wijngaard

om zo zijn planten in perfecte staat te houden.

Want zoals ze zeggen goed begonnen is half gewonnen.

 

Château Latour of Château Mouton Rotschild maakt niet enkel topwijnen door een

heel goed gecontroleerde vinificatie maar door hun vele professionele werk in de wijngaard

gedurende het hele jaar.

 

Hieronder windt U de hoofdzakelijkste werken die gebeuren in de wijngaard

 

 

  • november tot februari

 

demontage : verwijderen van alle twijgen die overgebleven zijn na de

                    pluk.

 

( sarmentage : verbranden van de twijgen )

 

 

buttage : ophopen van de aarde rond de wijnstok, dit om de wortels te

              beschermen tegen de vrieskou in de winter.

 

tailler : snoeien, meer uitleg bij ampelografie. 

 

 

  • maart

 

labourage : omploegen, dit zorgt ervoor dat de bodem goed zuurstof

                  kan opnemen.

 

 

  • april

 

pallisage : opbinden van de twijgen langs ijzeren draden om zo de 

                groei van de plant mooi te leiden.

 

 

  • mei en verder

 

  éprampage : wegsnijden van de twijgen aan de voet van de 

                             plant zodat alle voedingstoffen naar de druiven

                      kunnen gaan en niet naar andere onnodige plaatsen.

                           

  bestrijden van ziektes

 

 

  • juli en augustus

 

  vendange en vert : groene oogst : wegknippen van druiven of trossen

                              om zo de kwaliteit verbeteren en een  

                              selectie maken tussen de goede en de slechte  

                              druiven.

 

  rognage of émicage : uitdunnen van de bladeren en takken, dit kan

                                  men enkel doen als er al genoeg

                                  suikers aanwezig zijn in de druif want deze

                                            worden gevormd door de

                                            fotosynthese die plaatsvind in de bladeren.

 

  • september en oktober

 

  vendange (de pluk) :

 

In Champagne en Beaujolais gebeurt dit verplicht handmatig want anders zouden er kleurstoffen kunnen terechtkomen in het sap en 

dat is dus allesbehalve nodig.

 

 

Het preciese tijdstip van de oogst wordt wel beïnvloed door het klimaat, want als het heel warm is geweest zullen de druiven veel vroeger rijp zijn en moet er dus vroeger geplukt worden. Omgekeerd is dat net hetzelfde.

 

          Je kan de druiven ook met opzet later plukken zodat er dan meer    

          suikers aanwezig zijn, dit wordt gedaan om dan meer restsuiker

          te verkrijgen in de wijn waardoor hij een zoetere smaak zal krijgen.